Om dit nieuwe jaar op mijn website af te trappen wil ik terugblikken op het afgelopen half jaar en een voorzet geven voor blogs die nog gaan volgen. Achter mij ligt een periode van nieuw inzicht, waarbij circulariteit centraal staat. De inspiratie kwam uit de levenscyclus van bosmieren en de vorm werd bepaald door circulaire steden. Alles viel op zijn plaats door inzicht vanuit mijn herstel, waarbij ik de steeds terugkerende (circulaire) oorzaak van de burnout behoorlijk goed in beeld kreeg. – Hierover later meer… –

Ruim 20 jaar geleden heb ik twee verslagen geschreven, deze zijn als het ware een momentopname van de denkprocessen waar ik in die tijd mee bezig was. De oudste gaat over een visie voor duurzame ontwikkeling van de Randstad uit 1994.  En in 1996 schreef ik een verslag over bosmierkolonies. Mijn ontdekking dat bosmiersteden en mensensteden overeenkomsten hebben deed ik al veel eerder, voor mijn tiende levensjaar. Ik ben er nooit in geslaagd geweest woorden te geven aan die overeenkomsten en wat de betekenis hiervan voor mensensteden kan zijn. Het vinden van die woorden heeft me altijd gedreven bij de dingen die ik doe. Het moment van de burnout was het moment waarop deze drijfveer uiteindelijk tot stilstand kwam en het herstel draaide om het terugvinden van die drijfveer waarbij het her-ontdekken van die verslagen uit 1994 en 1996 in mijn la en het Interview op Steden In Stransitie mooie mijlpalen zijn. (zie afbeelding bovenaan dit blog).

Onderzoek

De zoektocht naar de juiste woorden voor de overeenkomst tussen bosmieren en mensensteden kent verschillende sporen. Het meest zichtbare spoor is het onderzoek naar de ruimtelijke  verschijningsvorm van de kolonies van kale rode bosmieren. Voor dit onderzoek heb ik de nesten en mierenpaadjes van kolonies in kaart gebracht en gemonitord. Kort samengevat is de uitkomst dat hoe beter de nesten met elkaar verbonden zijn, hoe vitaler de kolonie is. Een ander spoor is de sociale structuur van de mierenkolonie. Uit het onderzoek hiernaar bleek dat de decentrale organisatievorm van de mieren een voorwaarde is voor het in stand houden van de vitale kolonie. Het derde spoor betreft het onderzoek naar de drijfveren van mensen en mieren. Kort samengevat – en ook logisch eigenlijk- worden beiden gedreven door de behoefte om te overleven en hebben daarvoor een ingenieus systeem ontwikkeld waarbij een efficiente verdeling van schaarse goederen centraal staat.

De drie sporen die hier voor de bosmierenmaatschappij worden beschreven zijn vergelijkbaar met het ruimtelijk-fysieke domein en sociale domein van de mensenmaatschappij. Het is in het economische domein waar de vergelijking 100% opgaat. Kortom:

“Bosmieren en mensen hebben beiden als overlevingsstrategie een ruimtelijk systeem ontwikkeld om schaarse goederen en voedsel te distribueren en te beschermen, maar hanteren verschillende sociale systemen om dat te organiseren”

Systeem VS leefwereld

Met bovenstaande woorden heb ik nog geen antwoord op de vraag wat dit voor mensensteden kan betekenen. Een van de grote verschillen in samenlevingsvorm is dat bosmieren decentraal georganiseerd zijn en mensen niet. De fysieke verschijningsvorm is het gevolg van talloze individuele acties. De intrinsieke drijfveren van de mieren staan hierbij centraal. Bij mensen is het in de huidge tijdgeest andersom. De fysieke verschijningsvorm wordt centraal ontworpen en gestuurd, met een zo hoog mogelijke opbrengst als doel waarvoor de intrinsieke drijfveer zich moeten aanpassen.

Een veel terugkomende tegenstelling die in deze kantel-tijd benoemd wordt is die tussen leefwereld en systeemwereld. De algehele beleving is dat deze werelden niet in balans zijn. Individuele mensen zijn in steeds grotere mate niet meer in balans met hun omgeving, de mensheid als geheel raakt steeds verder uit balans met het milleu. Hoe kan die balans worden hersteld? Dit is het punt waarop de bosmieren misschien uitkomst kunnen bieden. Zij hebben namelijk een economisch systeem ontwikkeld dat optimaal gebruik maakt van voedsel en goederen die door de natuur gegeven worden. Dit economische systeem kennen we ook wel als de levenscysclus van bosmieren. Deze cyclus wordt gedreven door de seizoenen, waarbij periodes van overvloed en schaarste op het gebied van voedsel, goederen en energie elkaar cyclisch afwisselen. De voortplantingscyclus is hier op afgestemd. Ieder jaar wordt het netwerk van mierenpaden en nesten ‘geevalueerd’ en desnoods opnieuw ingericht afhankelijk van de omstandigheden van dat jaar. Vertaal ik dit cyclische economische systeem van de mieren door naar mensensteden kom ik uit op een model voor de circulaire stad, waarin het ruimtelijk-fysieke domein, sociale domein en economische domein een plaats gekregen hebben.

De circulaire economie

Om een bruikbaar ‘tool’ te maken waarmee ik de oplossingen van bosmieren kan vertalen naar de circulaire economie ben ik uitgegaan van een schema van de levenscyclus van bosmieren. Dit schema heb ik teruggebracht naar een abstractere versie, waarbij met rood de drive is weergegeven (intrinsieke drijfveren, leefwereld), met groen de omgeving (milieu, natuur) en met geel de verschillende processen  (systeemwereld) waarmee al die individuen in contact staan met die omgeving. De bosmieren zijn zo georganiseerd dat de samenlevingsprocessen (geel) een goede balans tussen individuele behoeftes en milieu garanderen. De seizoenen zorgen voor een continue proces van verbinden (lente=nieuwe mierenpaden vormen) en loslaten (herfst=terugtrekken voor winterrust) en het opnieuw verbinden in het nieuwe jaar onder nieuwe omstandigheden (dus een continue innovatief proces gedreven door individuele keuzes). Na dat ik de bosmieren uit het circulaire schema heb weggehaald ben ik de seizoensthema’s gaan invullen met processen die passen bij onze circulaire economie.  Dit levert het schema “Biomimicry: Circulaire Steden” op dat onderaan dit blog staat afgebeeld.

“De bosmieren kunnen ons leren hoe we met een circulaire economie weer in balans met onszelf en met onze omgeving kunnen komen”

Komende maanden hoop ik in de luwtes van mijn herstelproces tijd en energie te vinden om de resutaten uit mijn mierenproject zo ver te kunnen uitwerken dat het een degelijke wetenschappelijke onderbouwing voor het circulaire model vormt. Daarnaast werk ik toe naar een doorvertaling van dit model naar een werkbare visie voor circulaire steden. Het schema deel ik nu al met publiek om de dialoog te voeden. Een concept van de uitgebreidere Engelstalige toelichting bij onderstaand diagram “Biomimicry: Circulaire Steden” vind je hier.

Afbeelding: Biomimicy: Circulaire Steden

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Leave a Reply