De lente is de tijd van het jaar waarin de natuur weer tot leven komt. Dieren kruipen uit hun hol, insecteneitjes komen uit en gewassen beginnen weer te groeien. En dat allemaal dankzij de zon die een oneindige hoeveelheid energie schenk. Wat betekent dit voor de circulaire economie?

Bosmieren maken in het voorjaar dankbaar gebruik van de zon. Het is niet zo zeer de temperatuur die ze na de winter naar buiten roept, het zijn vooral de zonnestralen. De zonkracht wordt gemeten in W/m2 en wanneer deze boven de grenswaarde komt warmt de oppervlakte van hun nest of hun geliefde boomstronk al snel op tot boven de 25°C. Als dat weer aanhoudt komen ze massaal naar buiten om ‘te zonnen’. Ze gaan dan op een kluitje in de zon liggen bakken en nemen de warme mee hun nest in.

Met deze ‘zon-activiteit’ komt er een einde aan een lange en koude periode waarin ze uiterst efficiënt met hun energie en voorraden om moesten gaan. De lente is de start van een periode waarin energie en voedsel weer in overvloed aanwezig is. Ze maken hiervan slim gebruik. De mierenpaden die in de winter werden verbroken, worden opnieuw geactiveerd en dat moment grijpen ze aan om hun miereninfrastructuur te evalueren en te verbeteren. Dat doen ze niet bewust, met al hun individuele acties in het collectief vormen ze een zelflerende mierenmetropool. Ze kunnen zich hierdoor aanpassen aan nieuwe omstandigheden zoals bedreigingen. Maar ze grijpen ook nieuwe kansen. Elk voorjaar opnieuw.

Op een gegeven moment barst de nieuwe natuur uit haar voegen. Dit is het moment waarop rupsenplagen een probleem worden, de luizen massaal uit gaan vliegen. Op dit zelfde moment hebben de bosmieren de  nesten en paden in hun metropool op orde. Via enorme mierensnelwegen worden talloze rupsen en andere insecten opgehaald om het groeiende mierenvolk te voeden. Alles komt precies op het juiste moment, de bruidsvlucht! Deze periode in het voorjaar is het ‘momentum’ in de levenscyclus van bosmieren. Na deze piek komt de kolonie weer tot relatieve rust. De nesten worden versterkt en uitgebouwd, de omgeving wordt schoongehouden. Tot de herfst. Dan trekken ze zich weer terug in het warme en veilige nest.

Deze fase in de cyclus van bosmieren laat zien hoe een miljoenenstad kan meebewegen op de cyclus van de seizoenen. In de winter wordt zuinig omgesprongen met schaarse middelen en energie, in het voorjaar brengt de zon grote hoeveelheden energie en daarna komt een periode van overvloed. Door de collectieve ‘slimheid’ van het netwerk gebeurt dat in balans met de omgeving en wat die dat jaar te bieden heeft. De natuur neemt wat ze geeft.

In de mensenmetropool gebeurt nu het zelfde. Als de zon lekker schijnt stromen parken en terrasjes vol met spontane ontmoetingen. Stadslandbouw heeft de bedden gereed voor nieuwe teelt. Het landschap kleurt met bloemenpracht en we genieten er met volle teugen van.

Wat zou het mooi zijn als onze stad dit jaar alleen neemt wat de natuur ons geeft. En dat we aan het einde van het seizoen aan de natuur teruggeven wat we niet meer nodig hebben.

Afbeelding hieronder: “Schema ‘Circulaire stad’ gebaseerd op de jaarcyclus van bosmieren”

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *