Na een uurtje ‘meelopen’ met de kale rode bosmieren kijk je al heel anders aan tegen zaken als co-creatie en circulariteit. Een superkolonie van deze insecten kan zo groot als een woonwijk zijn en is volledig opgebouwd uit materiaal uit de lokale natuur. In feite bouwen ze, zonder dat er van ‘bovenaf’ wordt aangestuurd, perfecte decentrale samengestuurde en circulaire megasteden.

Wat is is het geheim van de mieren en wat kunnen we er van leren?

Elk individu telt

Een belangrijke succesfactor is dat elke mier vrij is, kan doen waar ze goed in is. Ze zoeken naar voedsel of slepen met bouwmateriaal. Elke mier vervolgt daarin haar eigen weg. Zo kan het gebeuren dat 1 mier een nieuwe voedselbron ontdekt waarmee de toekomst van de kolonie veilig gesteld wordt.

Stransitiekracht

Als voldoende bosmieren gebruik maken van een alternatieve voedselbron, zal de hele kolonie er uiteindelijk gebruik van gaan maken. Uiteindelijk zelfs door de nesten en mierenpadenstructuur er op aan passen. Vele kleine individuele acties maken zo structurele veranderingen mogelijk.

Twitter: Transitiekracht door samensturing

Vitaliteit

Doordat elk individu meetelt is de kans groter dat belangrijke ontdekkingen worden gedaan. Als je alle mieren en hun individuele keuzes bij elkaar optelt krijg je een enorme smeltkroes met kansen. Een ‘decentrale innovatie-economie’ dus, die inspeelt op veranderingen in de omgeving. Dat maakt de kolonie als geheel vitaal.

Communicatie

De reactie van de kolonie als geheel op gevaar of nieuwe voedselbronnen is het resultaat van talloze individuele ad-hoc acties. Zonder goede individuele communicatie zou dit systeem niet werken. Informatie over voedsel en gevaar wordt immers van mier op mier doorgegeven.

Circulariteit

Bosmieren gebruiken organische materialen uit de directe omgeving van hun nest. Met slimme trucs maken ze het nest klimaatbestendig en functioneel. Als de omgeving verandert, bijvoorbeeld door gevaar of nieuwe voedselbronnen, kunnen ze hun nest afbreken en ergens anders weer opbouwen. En wat er van het oude nest achterblijft, wordt teruggeveven aan de natuur.

Dynamisch

Polydoom is een moeilijk woord voor ‘meer nestkoepels’. In een grote kolonie zijn meerdere nesten onderling met paadjes met elkaar verbonden. In de meest vitale kolonies zou je een nest kunnen weghalen, zonder dat de structuur van de kolonie wordt aangetast. Ze bouwen dan snel een nieuw nest op de oude plaats, of breiden het netwerk uit in een nieuwe richting.

Samenwerken

Bosmieren kunnen in hun eentje enorm veel werk verzetten. Toch is ook voor mieren soms een klusje iets te groot. Ze helpen elkaar dan, door samen een zware last op te pakken en te verslepen. Ze doen dat gewoon, zonder daar voorwaarden aan te stellen.

Transitiekracht door samensturing

De bosmieren slaan nergens kennis op en er is geen enkele mier die de baas is over een ander. Toch lukt het ze steeds weer om antwoorden te vinden op grote veranderingen in hun omgeving. Hun kracht is samensturing. Talloze individuele acties die zorgen voor structurele veranderingen. De les voor onze mensenwereld is dat als mensen voldoende ruimte krijgen om zich individueel te ontwikkelen en te ontplooien, de samenleving als geheel transitiekracht krijgt.

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren

Bewaren