Door de bewegingen van kale rode bosmieren en de ligging van bosmiernesten te bestuderen, krijg je een goede indicatie van de ligging en omvang van nesten in de kolonie die je nog niet gevonden hebt. Dit is een van de inventarisatietrucjes die ik toepas. Zowel bij het in kaart brengen van nieuwe als het monitoren van al bekende superkolonies. Ter vergelijking: een zelfde truc kun je toepassen op het politieke landschap met trends op sociale media en de positie van politieke blokken.

Kale rode bosmieren (Formica polyctena) lenen zich goed voor deze vergelijking. Vaak liggen de nesten langs bosranden en wandelpaden en staan ze via mierenpaadjes met elkaar in contact. De beweging van mierenpaden kan bij het ene nest totaal anders zijn dan bij het andere nest. Door naar alle mierenbewegingen te kijken krijg je een indruk van de ‘flow’ van zo’n groep nesten. De spannendste zijn natuurlijk de bosmierkolonies die uit tientallen nesten bestaan en zich over honderden meters uitstrekken.

De eerste inventarisatieronde richt zich op het ‘laaghangend fruit’: nesten die je vanaf het wandelpad ziet liggen. Na zo’n ronde kun je een kaart maken van de verschillende groepen nesten en hun flow. En dat geeft vervolgens een indicatie van waar nog meer nesten zouden kunnen liggen. Vervolgens zou je met kennis van biotische en abiotische factoren, zoals vegetatie en menselijke activiteit,  een soort voorspelling kunnen doen. Niet zelden bracht deze inventarisatietruc me bij hele grote en doorontwikkelde bosmiernesten die verstopt liggen in dichte bospercelen of achter rivierduinen.

Om de sprong te maken naar politieke bewegingen wil ik het woord ‘reuring’ gebruiken dat staat voor gezellige drukte of beroering. Reuring is iets waar mensen erg gevoelig voor zijn. Gezellige drukte in een café trek mensen aan, omdat daar vast iets leuks te beleven is. Beroering op straat is voor veel mensen reden om een blokje om te lopen. Beroering als indicator voor plezier of juist gevaar. In beide gevallen kun je ‘reuring’ vergelijken met rimpelende kringen in het water: je ziet ze, voelt ze, je weet dat er in het midden iets aan de hand is, zonder te weten wat dat precies is. Als je ‘reuring’ nog verder uitrekt dan kun je ook thama’s zoals sociale druk hieronder scharen. Reuring kan mensen in beweging krijgen maar ook tot stilstand brengen.

Eerst nog even terug naar bosmieren. De ‘flow’ van een bosmierkolonie gaat niet zo snel als die van water wanneer je er een baksteen in hebt gegooid. Bij bosmieren gaat het veel trager. Maar met een geoefend oog en kennis kun je ontdekken dat de kale rode bosmier zijn kolonies vormt door continue de nesten te splitsen en te verplaatsen. Dit geeft een dynamiek die de schijn wekt dat er in het midden van de kolonie een soort centraal nest ligt, een nest dat misschien wel de baas zou kunnen zijn over de hele kolonie. Die schijn ontstaat doordat dat proces van splitsen van nesten er nou eenmaal voor zorgt dat het oudste nest in het midden ligt. Oude nesten zijn vaak groot en ontwikkeld.

Een andere bosmier soort, de behaarde rode bosmier (Formica rufa) heeft trouwens een heel ander soort flow. Deze soort breidt haar kolonies niet uit door nesten te splitsen. Op de mierenkaart zijn ze te herkennen aan een enkel nest van waaruit een aantal mierenstraten lopen. Er zijn doorgaans geen andere mierenhopen dicht in de buurt, de hele kolonie komt voort uit dat ene en vaak ook grote nest. Maar niet zelden tref ik de kale en behaarde rode bosmier toch op enige afstand van elkaar aan. Het interessante daarin is de ‘flows’ van beide soorten: in tijden van schaarste concurreren ze, ten tijde van overvloed zoals in het voorjaar dan kunnen ze zelfs samensmelten.

Ik dwaal af. Mijn opzet was een blog te schrijven over politieke blokken en sociale dynamiek. Ik was al bijna aan het schrijven dat bij de behaarde rode bosmier slechts 1 koningin aanwezig is en bij de kale rode bosmieren heel erg veel. En dat van hieruit is al snel de brug geslagen is tussen organisatievorm en de wijze van verspreiding. Reuze interessant. Maar waar het me nu om gaat is het volgende: de flow’s van beide bosmiersoorten zijn totaal verschillend. Daar waar de behaarde bosmier een flow heeft die gericht is op ‘alles naar het centrum’ is de flow van de kale bosmieren juist gericht op ‘delen en samenwerken’.  En dit zijn exact de twee belangrijkste trends op sociale media waar ik naar kijk: er zijn sociale groepen die alles naar zich toe trekken en groepen die juist alles willen delen. En, goh hoe verassend is dit: ten tijde van overvloed gaan ze prima samen maar ten tijde van schaarste ontstaat sociale onrust: de flows op Twitter als riool en graadmeter tegelijk.

Over het algemeen slagen de kale rode bosmieren er beter in zich te handhaven ten tijde van grote schaarste dan de behaarde rode bosmieren. De kale mieren verdelen hun krachten en zijn zo in staat nesten in een zwakkere positie te ondersteunen: een coalitie. De behaarde, ook al scheelt het maar een paar haartjes, zijn minder flexibel. Sneuvelt het nest, dan hebben ze nauwelijks uitwijkmogelijkheden.

Dit is het punt waarop ik me twee jaar geleden ben gaan realiseren dat er iets grondig mis is in het denkproces bij veel startende initiatieven. Het uitgangspunt “What’s in it for me” leidt niet tot nieuwe inzichten en oplossingen. Is het een idee om die zin te veranderen in “What’s in it for us”? Dat geeft in een tijd van transitie en kantelingen de grootste zekerheid.

Verspreidingswijze van behaarde (boven) en kale rode bosmieren (onder)

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *