De samenleving van kale rode bosmieren leert ons hoe wij onszelf beter kunnen organiseren. De term ‘decentrale bosmierenkolonies’ gebruik ik graag om uit te drukken dat de decentralisaties die plaatsvinden uiteindelijk leiden tot meer natuurlijke en socialere organisaties. Organisaties waarin de menselijke maat centraal staat. De frustratie die bij veel mensen leeft dat decentralisaties gewoon een ordinaire bezuinigingsoperatie zijn deel ik niet. Goedkoper wordt het zeker, maar er wordt ook een kwaliteitsslag gemaakt. In positieve in.

Decentrale organisatievormen

Een voorbeeld van een decentrale organisatie zie je in het schema bij dit blog. Wat meteen opvalt is dat de organisatie, ondanks de decentrale sturing, toch heel duidelijk een centrum heeft. De stippen zijn afdelingen waarin bepaalde taken worden verricht. De lijnen geven de uitwisseling van informatie en goederen weer. Het ogenschijnlijke centrale karakter komt voort uit de ontstaansgeschiedenis van deze organisatie. Ze is namelijk bij één afdeling begonnen en daarna, door middel van samensturing, getransformeerd tot dit volwaardige en vitale netwerk. De oude netwerkverbindingen blijven aanwezig en er hebben zich in de loop der tijd nieuwe bij gevormd. De kracht van deze organisatie zit in de vele individuele face to face verbindingen waardoor ze vitaal en flexibel is. De individu staat gegarandeerd centraal, het is namelijk een bosmierenkolonie en de kaart een waarheidsgetrouwe weergave van een echte kolonie van c.a. 15 ha. groot.

Om te begrijpen hoe deze bosmieren dat doen heb ik afgelopen 20 jaar tientallen grote en kleine superkolonies in kaart gebracht. Mijn belangrijkste vraag was hoe het komt dat er toch centraal gelegen nesten zijn, terwijl er geen centrale regie is. Dit heeft alles met ontwikkeling te maken. Door kolonies jaar in jaar uit te monitoren blijkt dat er nogal wat dynamiek in zit. Er komen nesten bij en er verdwijnen nesten. Sommige verbindingen bestaan slechts een jaar, andere meer dan 20 jaar. Geen enkele superkolonie ziet er het zelfde uit. Maar wat wel terugkeert is dat kolonies vitaler zijn naarmate er meer onderlinge verbindingen zijn. De dynamiek komt voort uit hoe elke individuele bosmier reageert op zijn veranderende sociale en natuurlijke omgeving. Door indrukken uit de omgeving te vertalen in acties. En die worden door andere mieren vertaald in nog meer van het zelfde. Uiteindelijk leiden vele kleine acties tot structurele verandering. Heel democratisch dus en elk individu kan en mag doen waar ze goed in is. En als de omgeving verandert, verandert de organisatie vanzelf mee. Een samensturende en zelflerende organisatie, zonder dat daar een centrale regie aan ten grondslag ligt.

“Uiteindelijk leiden vele kleine acties tot structurele verandering”

Van bosmieren nu de sprong naar steden in transitie. Doordat overheden en organisaties al decentraliseren doet zich de kans voor om steden dynamischer en vitaler te maken en de menselijke maat in de organisatie terug te krijgen. Deze transitie zal er overal anders uit zien, omdat iedere stad zijn eigen, al bestaande karakterisitieke netwerken heeft. Dat elke stad anders is blijkt ook uit de praktijk. De transitie van de ene stad is niet toepasbaar op de andere stad. Dat werkt gewoon niet. Wat wel overal het zelfde is, is dat de bestaande netwerken op nieuwe manieren verbonden kunnen worden en zelf ruimte krijgen om nieuwe verbindingen te creëren. Het proces dat leidt tot deze nieuwe manier van organiseren zie je terug. In de bekende decentralisaties en in het bij de burgers (terug)leggen van verantwoordelijkheden. Deze transitie zal natuurlijk pas succesvol zijn als de centrale sturing echt ‘los laat’ en individuen ‘verantwoordelijkheid nemen’. Een lastig en spannend proces. Maar zoals al gezegd, ik heb er het volste vertrouwen in dat dit gaat slagen.

Maar mensen zijn geen mieren. Dankzij moderne communicatiemiddelen kunnen wij onderling verbinden op een manier die we nog nooit eerder hebben kunnen doen. Van buurtniveau tot wereldwijd kunnen creatieve ideeën, oplossingen en ervaringen worden gedeeld. Door dit communicatieproces te faciliteren kan de samenleving in staat worden gesteld zijn zichzelf beter te organiseren, zelf verantwoordelijkheid te nemen en tenslotte te innoveren. Twee belangrijke voorwaarden zijn wel dat de centrale sturing echt durft “los te laten in vertrouwen” en dat er sprake is van eerlijke wederkerigheid. Want van het uitwisselen van informatie alleen kunnen we niet leven, er zal ook eten en goederen uitgewisseld moeten worden. De bosmieren doen dat immers ook om te overleven. Een andere voorwaarde is dat de centrale organisaties niet de ruimte krijgen om alle  gegevens die worden verzameld via moderne technieken (big data) te gebruiken om individuele beslissingen van mensen over te nemen. Dit zou het principe van de zelfsturende en zelflerende samenleving namelijk ondermijnen. Open data is essentieel voor een goed functionerende smart city maar het systeem moet in dienst van het netwerk staan, niet omgekeerd.

De kracht van decentrale organisatie in praktijk vond ik terug in het Ambtenaren 2.0 netwerk. Allerlei mensen en organisaties die op hun eigen manier kennis en ervaring in dienst stellen van het netwerk. Dit heeft verbindingen opgeleverd die het mij weer makkelijker maken om de slag van bosmier naar steden in transitie te maken. De samenvatting van dit artikel heb ik dan ook niet zelf geschreven, maar was in een andere context al eerder gepubliceerd op inverbinding.works.nl. Dank je wel voor de inspiratie!

Waarom samensturing leidt tot èchte transformatie?

  • Omdat de mensen in het primair proces centraal staan en samen met de cliënt het gewenste resultaat wordt vastgesteld en bereikt;
  • Er op alle niveaus samen wordt besloten en geleerd in dialoog;
  • Ieders bijdrage waardevol is voor het geheel, en de onderliggende waarden organisatiebreed worden gedeeld en gedragen;
  • Er sprake is van gelijkwaardigheid en wederkerigheid, en de ongelijkheid onderwerp van gesprek mag zijn;
  • De structuur/het systeem dienstbaar is aan het proces, waardoor niemand zich meer afvraagt waarom ze bij een vergadering zitten of waar een bepaald protocol voor dient;
  • Dit alles uiteindelijk leidt tot meer effectiviteit, meer motivatie en voldoening, meer betrokkenheid en bevlogenheid, minder administratieve drukte en minder management.

Links

KH_cleanmap

Bewaren

Leave a Reply