Het observeren van bosmierenkolonies levert leuke inzichten op. Een van die inzichten is dat de fysieke verschijningsvorm van de mieren-metropool (de mierennesten en mierenpaden) een tastbare en meetbare  reflectie is van de talloze individuele acties van de mieren. Verander je de intrinsieke drijfveer van de mieren, dan verandert de mierenstad mee.

Voorbeelden van zo’n veranderende drijfveer is de reactie op schaarste: ze gaan dan snel nieuwe nesten en mierenpaden vormen om hun overlevingskans te vergroten. Ze gaan op zoek naar – het in kaart brengen van- nieuwe voedelbronnen en nestlokaties. Een andere drijfveer kan juist ontstaan door overvloedig lokaal voedselaanbod, waardoor ze decenia lang investeren in de bestaande nesten en minder expansiedrift vertonen.

Het ruimtelijk fysieke domein is verweven met het sociaal domein

Uit deze twee voorbeelden kun je afleiden dat als je het gedrag van de mieren verandert, ook de fysieke verschijning van hun kolonie verandert. Hiermee wordt duidelijk hoe het ‘sociale domein’ en het ‘ruimtelijk fysieke domein’ van kale rode bosmieren met elkaar verweven zijn.

Bij mensen werkt dat ook zo. Wanneer er opeens een schaarste aan fietsverbindingen ontstaat, bijvoorbeeld door werkzaamheden aan de weg, zullen fietsers massaal hun eigen plan gaan trekken. De stoep op, de rotonde verkeerd om nemen, diagonaal over het kruispunt heen, desnoods dwars door de bouwplaats heen als daar een goede reden voor is. Een overvloed aan ruimte heeft ook een leuk effect. Neem nou het veelgebruikte voorbeeld van een prachtig aangelegd park in een nieuwe wijk. De gebruikers van het park weten zelf wel wat de meest efficiente verbinding naar de winkel is. In plaats van de mooie promenade kiezen voetgangers en fietsers voor hun eigen sluiproutes en afgesneden bochten. Dwars door het mooi aangelegde perkje heen.

Mensen en mieren vormen welliswaar beiden een complexe samenleving en vertonen beiden een groot individueel aanpassingsvermogen, het effect van die individuele acties op het uiterlijk van de stad  is totaal anders. Bij mieren is dit het directe gevolg van die acties en dat wordt ieder jaar opnieuw geevalueerd als ze na de winterrust hun kansen opnieuw ‘in kaart’ gaan brengen. Bij mensen zit tussen al die individuele acties en het uiterlijk van de stad een complex proces met ‘bedenkers’, ‘toetsers’ en ‘beslissers’ die het werk van al die inwoners over nemen.

Van maakbare stad naar responsive stad

Vanuit de ‘mierenvisie’ zorgt het proces van bedenken, toetsen en beslissen voor hinderlijke vertraging. Deze vertraging ontstaat door dat belangrijke ruimtelijke keuzes vaak voor tientallen jaren vast staan, terwijl de realiteit soms na een paar jaar al tot andere keuzes dwingt. Ook talloze regels over gebruik en begrenzing remmen af. Het effect van dit proces is een stad die in feite altijd achter de feiten aanloopt. Het verminderen van regeltjes en het soepeler omgaan met grenzen kan helpen die achterstand in te halen: het maakt de stad flexibeler. De stad krijgt dan vorm door de acties van haar inwoners  in plaats van andersom. Van maakbare stad naar responsive stad.

 

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *