Afgelopen vrijdag presenteerde het Ministerie van Infrastructuur en Milieu de startnotitie voor de nieuwe Nationale Omgevingsvisie #NOVI. Geen kaartjes vol bruine, paarse, groene en rode contouren maar plaatjes over gelaagdheid en verbindingen. Hiermee wordt uiting geven aan het decentralisatiebeleid: het Rijk schept randvoorwaarden maar provincies en gemeenten bepalen zelf hoe ze de grenzen willen trekken.

Wat me opviel was de ontbrekende media-aandacht. In een Tweet werd hierover de vraag gesteld: “Wat is reden totaal ontbrekende publiciteit van op vrijdagmiddag gepubliceerde Startnota Nationale Omgevingsvisie #NOVI ?”. Deze vraag geeft precies aan wat er aan de hand is: de media hoeven geen publiciteit te geven, de landelijke politiek en bestuurders evenmin. De provincies en gemeenten zijn aan zet. En daarmee komt ook de burger aan zet die een steeds grotere rol in de dialoog over ‘ruimte’ gaat en wil gaan spelen. De aandacht  zal dus van onderaf moeten komen om het #NOVI project te laten slagen.

Over de startnota valt ontzettend veel te schrijven. Laat ik me voor nu beperken tot mijn eigen regio. Venlo wordt bij naam genoemd als krachtige logistieke grensregio. Dit is natuurlijk heel erg positief, dat het Rijk de belangrijke positie van Venlo erkent. Maar het feit dat Venlo zo duidelijk genoemd wordt betekent ook dat Venlo – kennelijk- nog niet is ontsnapt aan sturing vanuit Den Haag. Als ik voor mezelf spreek denk ik dat dat voor nu ook het beste is. Afgelopen decenia ontwikkelde Venlo zich als een stad met grote Tradeports en infrastructuur, maar dat staat op gespannen voet met leefbaarheid en landschap. De trends die in de startnota worden genoemd zullen die spanning alleen maar groter maken. Om toekomst van de stad ‘veilig te stellen’ is het noodzakelijk om samen op te trekken met Duistland en België (bijvoorbeeld IJzeren Rijn) en met Brainport Eindhoven (Rijksweg A67, innovatie). Dat is nogal wat en daarom ben ik blij dat de stad op de steun vanuit Den Haag kan rekenen.

Het ruimtelijke spanningsveld rond de stad is goed zichtbaar als je het landschap van bovenaf bekijkt. Van west naar oost loopt grote infrastructuur door en om de stad waarlangs zich uitgestrekte glastuinbouw en industriegebieden ontwikkelen. Je zou dit de grijs-rode as kunnen noemen. Van zuid naar noord loopt de as van het Maasdal en Grenspark Limburg: de groen-blauwe as. Beide assen kruisen zich in en aan de rand van het stedelijke gebied. Het zelfde spanningsveld ontstaat tussen rijksoverheid en gemeente als het gaat om behoefte aan intensieve grootschalige ontwikkeling enerzijds en behoud van identiteit en menselijke schaal anderzijds.

De startnotitie biedt voldoende houvast voor Venlo om met dit spanningsveld om te gaan. De regie over de vervoersassen naar Duistland ligt nu vooral bij het rijk. Dat betekent dat Venlo, vanuit het oogpunt van leefbaarheid zelf de regie moet nemen over landschap en natuur om ‘tegenwicht’ te bieden. Hiervoor geeft de nota in ieder geval drie handvaten:

De eerste is “Mensen hechten waarde aan natuur en aan cultuurlandschappen, zij ontlenen identiteit aan plekken en hebben groene ruimte nodig voor hun fysieke en mentale gezondheid”. Hieraan kan handen en voeten worden gegeven door het Nationale park en het Grenspark Limburg een actieve rol te laten spelen in de ontwikkeling van de stad, als antwoord op de voortdurende zoektocht naar identiteit en imago: het landschap als integraal onderdeel van het verhaal van Venlo.

De tweede is “De Nederlandse natuur vertoont voorzichtige tekenen van herstel, maar nog onvoldoende om de mondiale en Europese biodiversiteitsdoelen te bereiken. Hoewel emissies op veel plekken dalen, verhinderen voortgaande intensivering van de landbouw, verstedelijking en versnippering van natuurgebieden het natuurlijk herstel.” Dit signaal vraagt om een krachtig lokaal beleid om verdere versnippering en verstedelijking tegen te gaan.

Het derde handvat “De huidige beleidsambitie is het behoud van de kwaliteit van de bestaande en toekomstige natuurgebieden, (cultuur)landschappen en werelderfgoedgebieden. Dit is voor een belangrijk deel afhankelijk van de manier waarop grote opgaven worden vormgegeven, zoals de energietransitie, de wateropgaven, de transitie naar een duurzame landbouw en de transitie naar een circulaire en meer biobased economie.

Op al deze punten is de gemeente al in beweging. In ieder geval met het statement dat Venlo niet buiten de rode contouren wil bouwen. Maar ook met de groen-water nota, de erfgoed nota en de visie op het gebied van circulariteit wordt hier invulling aan gegeven. Dat deze opgaven ook in NOVI genoemd worden geeft aan dat Venlo de juiste weg is ingeslagen.

Een laatste onderdeel uit de Nationale Omgevingsvisie dat ik nu wil benoemen is het onderdeel over betrokkenheid en participatie vanuit de samenleving. De wijze waarop kan worden meegepraat over ruimtelijke keuzes zou een belangrijk onderdeel van ‘sociale innovatie’ in Venlo moeten zijn. Ook bij het tot stand komen van de startnotitie is op die manier geëxperimenteerd en kennelijk is dat goed bevallen. Ik lees: “De dialoog met de samenleving heeft zijn waarde in de eerste stap van dit proces bewezen en wordt in de volgende stappen voortgezet. Ook als de volledige NOVI straks gereed is, gaat het samen verdiepen en realiseren van de opgaven door. De dialoog die nu vorm krijgt, is het begin van een continu gesprek.” Ruimtelijk beleid wordt door deze continue dialoog een zichzelf evaluerend en verbeterend proces. Ook dat past goed bij de circulaire visie van Venlo.

Ik ben benieuwd: wat vindt Venlo van de startnotitie voor de nieuwe Nationale Omgevingsvisie?

Vind er ook iets van:

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *