Een paar jaar geleden was zat ik als luisterend en observerend oor aan tafel bij een gesprek in een wijk. Een wijk waarin een opeenstapeling van problemen zorgde voor grote onvrede. Het was een mooi gesprek waarin verschillende bewoners uit verschillende plekken van de wijk aan het woord kwamen. De onvrede bleek duidelijk uit de toon. Maar de woorden waren inhoudelijk, respectvol, kritisch en  opbouwend gekozen. De bewoners benoemden de kern van problemen en droegen oplossingen aan.

Na afloop bleef bij mij vooral een positieve indruk achter. Ik had betrokken buurtbewoners gehoord  die bereid waren om met veel energie en tijd de wijk te verbeteren. Wat zij nodig hadden was verbinding, een platform en een klankbord. Iets wat ik na afloop, in de wandelgang, ook kenbaar heb gemaakt.

Er gebeurde iets raars met die suggestie. In plaats een proces van verbinden leek er juist een proces van ontbinding in gang te zijn gezet. Een wandelgangsfeer waarin die kritische bewoners werden gelabeld als klagers en schreeuwers, mensen waar niet mee te communiceren viel. Mensen die je moest negeren en ontmoedigen.

Maar het waren juist die bewoners die wel wilden en konden communiceren. En het waren de gang-wandelaars die dat juist beantwoorden door niet te communiceren. Een omgekeerde wereld in mijn ogen. In de jaren daarna heb ik me regelmatig afgevraagd wat voor een vreemde dynamiek dat is, waardoor die ontbinding  in beweging is gebracht.

Die zelfde beweging zie ik ook bij andere kwetsbare wijken waarin bewoners zich druk maken over de toekomst. Soms bekruipt me het gevoel dat wandelgang-mensen er gewoon op zitten te wachten dat er iets gebeurt. Zo dat er weer gewezen kan worden. In de trant van ‘kijk eens wat een schreeuwers’. Een publieke boodschap dat die kritische mensen maar moeten vertrekken past wat mij betreft in dat zelfde rijtje. Op zo’n moment wordt er misbruik gemaakt van de kwetsbare positie van een wijk en haar bewoners. Door kritische mensen te framen als schreeuwers en onverdraagzaam. Met politiek gewin als enige doel.

Die houding vanuit de politiek is minstens zo ondermijnend als de problemen uit de wijk zelf: een wijk zal zich gaan gedragen zoals ze zich behandeld voelt. Een proces dat ik in 2016 in minder afgewogen woorden beschreef in een blog over ‘de veroordeling van de achterstandswijk’.

Afgelopen jaren heb ik veel verschillende geslaagde buurtprojecten gezien. In alle gevallen werd er ‘horizontaal verbonden’ in de wijk. De bewoners legden zelf de basis voor respectvol overleg en samenwerking en werden daar in meer of mindere mate door hun gemeente in gefaciliteerd of juist vrij gelaten. Op basis van vertrouwen. Deze buurtprojecten zijn wat mij betreft de ‘best cases’.

De ‘worst cases’, waarmee ik dit blog begon, staan in vele opzichten haaks op de ‘best cases’. Je merkt het aan de manier waarop er over de wijken wordt geschreven en gepraat. Je merkt het aan het wederzijdse wantrouwen tussen bewoners en overheid. En je ziet het terug in de mate waarin bewoners zich vrij voelen om iets te doen in of aan de straat. Of juist helemaal niet.

Zoals ik al in 2016 schreef: het begin van de oplossing ligt bij de overheid. Het begint met vertrouwen, benoem de positieve energie in een wijk en van elkaar, behandel alle bewoners gelijkwaardig en met respect. Kritische mensen daar moet je naar luisteren. Niet wegsturen.

Leave a Reply